Ik ben slecht in wachten. Ik heb bij voorbaat een hekel aan rijen, wachtkamers en perrons. Het is geen goeie eigenschap, maar laten we realistisch blijven: ik ben ongeduldig. Een hele menselijke trek. Ook erg irritant.
Er was eens een volk. Op fenomenale wijze werd het uit gevangenschap bevrijd door een Heer die Zich liet gelden. Het volk zou eindelijk het land betrekken dat Hij het beloofd had. Ze moesten alleen nog door een woestijn trekken, maar daar hoefden ze zich niet druk om te maken, want ze hadden hun Heer als Leider. Toch werden ze ongeduldig, en mopperden ze op Hem. Ze wilden niet wachten. Hadden ze honger? Dan wilden ze eten. Dorst? Hetzelfde liedje. Wij willen iets en we willen het NU. Dit volk bracht uiteindelijk de Verlosser voort. Ook daar hadden ze lang op moeten wachten, maar wanneer God iets beloofd, dan doet Hij het.
Er was eens een man. Hij had een tof gezin, een goeie baan in het familiebedrijf en leefde in weelde. Hij hoefde zich nergens druk om te maken, want hij had alles wat hij nodig had. Toch werd hij ongeduldig. Hij wilde niet de rest van zijn leven blijven zitten waar hij zat. Hij eiste zijn deel van de erfenis op en trok erop uit. Deze man werd een tijdje later berooid, in vodden gekleed en diep ongelukkig terug opgenomen in het gezin dat hij verlaten had.
Er is zo'n liedje, dat we af en toe wel eens in de kerk zingen. Het is een hoopgevend lied. Ik denk dat de meeste mensen het wel kennen. Het herinnert me eraan dat ik, ook al ben ik nog zo ongeduldig, toch zal moeten wachten. Maar dat is niet erg, want ik weet dat datgene waar ik op aan het wachten ben, ongetwijfeld de moeite waard is. En Hij is er om me te helpen wanneer ik weer eens het idee heb dat ik mentaal in de rij sta.
Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,
de hemel en de aarde.