Goeie cd’s en vette bands kennen we genoeg. Een kijkje in een muziekstudio waar die vette bands hun goeie cd’s maken, is echter bijna niemand gegund. Daarom ging X[ist] in Christ op bezoek bij producer René de Vries om te praten over zijn leven en werk.
“Heel apart om over mezelf te praten, dat doe ik eigenlijk nooit”, begint René (37). Een kenmerkende uitspraak voor de bescheiden muzikale duizendpoot. Want een muzikale duizendpoot is-ie; als je een cd-hoes van Psalmen voor Nu openslaat, ontdek je dat er eigenlijk geen muziekinstrument is dat hij níét speelt. Verder kun je hem herkennen aan zijn onmogelijk grote bos zwart haar waarmee hij achter de drums van de indierockband This Beautiful Mess (inmiddels People Get Ready) en Blaudzun zat.
René ademt muziek. Voor iedere maandagavond regelt hij bandjes voor eetcafé Dwaze Zaken in zijn woonplaats Amsterdam. Liedjesschrijver Lucky Fonz leerde René daar kennen, nam zijn hit ‘Ik heb een meisje’ met hem op, en later meteen maar zijn hele album.
Lekkere sound
René maakt zich een beetje zorgen over de opname van het project Schrijvers voor Gerechtigheid (zie pagina 14). “Het is bij iedere cd-opname weer spannend of alles goed gaat, of de sound goed is, of de drums tof klinken... Maar dit project gaat wel lukken.”
De muzikanten druppelen binnen en manoeuvreren zich tussen de kabels, versterkers, orgeltjes en halve drumstellen door. Er wordt veel gejamd, en René jamt af en toe lekker mee op de piano. “Lekkere sound, man!” roept hij bassist Joeri toe. Even later, als de band wacht op een teken van de maestro: “Doe maar even wat, ik heb even geen idee.” Tegen gitarist Eljakim: “Jou even inpluggen?” En tegen de drummer: “Weet jij het ritme? 127? Ik laat de zang en een metronoom uit de computer meelopen.” René verdwijnt weer achter het glas waar zijn Apple en andere apparatuur staan. Hij draait aan wat knoppen zodat de muzikanten horen wat hij zelf vooraf heeft geproduceerd. Eljakim: “Laten we even wat loops spelen zodat we de feel te pakken hebben.” René: “Die stopjes die je speelt vind ik wel lekker, die kun je met akoestische gitaar goed meepakken.”
Smoel geven
Iedere dag is René in zijn muziekstudio te vinden, van tien tot zes. “De tijd dat ik als jonge hond de hele nacht doorhaalde, is voorbij; dat trek je niet. Niet rock ’n roll? Dingen goed en met passie doen – dát is rock ’n roll.” De laatste tijd arrangeert René vooral. “Dan ben ik met een piano, gitaar en midi-geluiden bezig, voor Schrijvers voor Gerechtigheid, of Psalmen voor Nu. Bij de Psalmen kwam Minco Eggersman als producer langs. ‘Deze cd moet New Wave worden.’ Hij liet wat muziek uit die stijl horen. De melodie en akkoorden zijn al klaar en dan sla ik aan het arrangeren. Als arrangeur denk ik mee over de instrumenten. ‘Hier geen orgel, dat wordt te veel De Dijk; gebruik maar een lekkere synth.’” Naast arrangeur is René producer, engineer en mixer. “Voor Schrijvers voor Gerechtigheid was ik het allemaal. Als engineer zit ik achter de knoppen en neem het op. Een engineer is niet artistiek bezig, maar zorgt alleen dat de sound goed is. Een producer komt met toffe muzikale ideeën; hij vertelt de engineer: ‘Ik wil die gitaarklank, dus dan weet jij hoe je de microfoons moet neerzetten’. Veel bandjes hebben niet het geld om meerdere mensen te betalen, dus voor hen is het handig dat ik het allemaal kan.”
Werken als producer – dus meedenken met een band en een eigen sound creëren – vindt René het leukst; bandjes die meer smoel willen, huren hem speciaal hiervoor in – voor 300 euro per dag. “Allereerst bezoek ik een bandje in hun oefenruimte om te luisteren of het wat is, welke stijl het is of kan worden – dat weet het bandje zelf niet altijd – en dan probeer ik die stijl wat duidelijker te maken. Ik krijg bijvoorbeeld een liedje met zang en akoestische gitaar. De band zegt dat het John Mayer-/ Coldplay-achtig moet zijn, en dat proberen we er dan samen van te maken. Twee dagen met een bandje werken vind ik te kort. Het is best hard werken; om een goede sound te creëren, bijvoorbeeld de drums goed neerzetten, ben je zo een halve dag bezig. Sommige bands denken: we hebben tien liedjes, drie minuten per liedje, dus in een half uurtje zijn we klaar. Nee dus. Ik heb daar 7 à 8 dagen voor nodig.”
Emmers
De muzikale duizendpoot was op zijn achtste helemaal weg van beats en rap. “Ik zat toen met een andere jongen in een bandje; hij sloeg op plastic emmers, en ik speelde op m’n orgeltje. Sloeg helemaal nergens op. Ik heb vroeger ook slechte muziek gemaakt.”
Op zijn twaalfde stopte René met orgelles, maar intussen zat hij al wel in allerlei bandjes zoals het Nirvana-achtige bandje the crutch (als bassist), rollercoaster23 en kryptonite garden. Op zijn twintigste trad René veel op met het gospelbandje New Creation. Langzamerhand is hij serieuzer muziek gaan maken en stopte hij met het gospelbandje. “Ik vond het te slecht. Een bandlid zei: ‘Kijk hoe God onze band zegent, we krijgen steeds meer apparatuur!’ Ik snapte dat niet, want de muziek was zó slecht!”
Omdat René zijn eigen muziek en bandjes wilde gaan opnemen, de jazz-vakopleiding beu was en het geven van zangles geen ambitie van hem was, stopte hij een jaar eerder met het Conservatorium. Al snel volgde de School for Audio Engineering, ook in Amsterdam. “Toen ben ik naar Utrecht verhuisd en zat ik in de band kryptonite garden. Het leek me vet dat zelf op te nemen, want ik was best vaak gefrustreerd bij eerdere opnames van cd’s; ik wilde overal invloed op hebben, eigenlijk gewoon alles zelf doen. In mijn studentenkamer van 1.90 bij 2 meter in Utrecht namen we een plaat op, met een mengtafeltje, speakers en een rhodes. Ik heb toen wel wat mensen gepasseerd door zelf partijen in te spelen; kort daarna is de band ook uit elkaar gevallen. Daardoor heb ik wel geleerd dat als je producer wilt zijn, je niet alles zelf in moet spelen of alles moet willen bepalen.”
Meer lezen over Schrijvers voor Gerechtigheid en de cd van dit project winnen? Check snel pagina 14!
www.dufrymusic.com
www.facebook.com/dufrymusic
Dit artikel is geschreven door Wilfred Hermans en gepubliceerd in X[ist] in Christ, jaargang 25, nummer 5.
