Psalm 18:17-20
Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast
en trok mij op uit de woeste wateren,
ontrukte mij aan mijn machtige vijand,
aan mijn haters, die sterker waren dan ik.
Op de dag van mijn ondergang vielen zij aan,
maar de HEER was mij tot steun.
Hij leidde mij weg uit de nood en gaf mij ruimte,
bevrijdde mij, omdat Hij mij liefhad.
Op 4 en 5 mei denken we terug aan de ellende van de oorlog én aan de bevrijding. Dat doen we als land, met z’n allen. Daarnaast heeft iedereen z’n eigen momenten te herdenken.
Of niet? Moest je direct ergens aan denken bij het lezen van de zinnen uit Psalm 18? Iets waarvan je zegt: ‘Dát was nou echt verschrikkelijk. Wát een ellende. Maar God heeft me bevrijd, me eruit getrokken.’
Misschien herken je het niet. Als je leven er tot nu toe geweldig uitziet, zonder tegenslag, zonder ellende… Natuurlijk zul je merken dat je meer meemaakt als je ouder wordt. Ook negatieve dingen. Niet om nu heel somber te gaan doen, maar het leven is niet alleen maar leuk. Even heel droog gezegd: op de dag dat er iemand wordt geboren, sterft er ook iemand. En op de dag dat iemand liefde vindt, ontdekt een ander misschien dat het over is. En als je om je heen kijkt, naar je vrienden en je familie, dan zie je dat ook. En misschien heb je het allang ontdekt in je eigen leven: naast heel veel mooie dingen, zijn er ook altijd minder mooie of zelfs verdrietige en verschrikkelijke dingen.
Wat ook nog kan, is dat je er nog middenin zit. Dat je wél die ellende herkent – je wordt geconfronteerd met ‘woeste wateren’ of je voelt je onder de voet gelopen door je vijanden – maar dat je van de redding nog niet zo veel ziet. Misschien zelfs helemaal niets.
In je eentje
Tijdens 4 mei denken we met z’n allen terug aan degenen die zijn gesneuveld tijdens de oorlog. We staan daarbij stil en dat is goed om te doen. Zoals het ook goed is om de vrijheid samen te vieren. In de Psalmen zie je dat het vaak heel persoonlijk is. Het gaat regelmatig over ‘mijn vijand’, ‘mijn tegenstanders’. Dat is eigenlijk wel mooi. Het zorgt ervoor dat veel mensen zich herkennen in de Psalmen, juist omdat het zo’n persoonlijk verhaal is. En er is veel persoonlijk leed. Een oorlog veroorzaakt natuurlijk ook veel persoonlijk leed, maar dat is ook altijd iets van een heel land, of soms zelfs van de hele wereld. Bij ‘persoonlijk leed’ moet je denken aan ziekte of verdriet over bepaalde keuzes. Misschien wel dingen die zo persoonlijk zijn, dat je er met bijna niemand over kunt praten. Bijna niemand. Hopelijk heb je altijd iemand bij wie je terechtkunt met je verhaal, je vragen of je verdriet. Het mooie van de Psalmen is dat ze laten zien dat je in elk geval altijd bij God terechtkunt. Ik kan me voorstellen dat dit kan klinken als een dooddoener. Helemaal als je die ervaring niet hebt; als God ver weg lijkt.
Hij kan het!
Ook dan kunnen de Psalmen je toch op het goede spoor zetten. Hoe? Twee dingen: de schrijvers van de Psalmen kijken toch, ondanks alles, omhoog. Naar God. Wij zijn tegenwoordig misschien meer geneigd elkaar te bemoedigen door te zeggen: ‘Kop op, je kunt het! Je bént sterk. Vertrouw op je eigen kracht!’ Dat soort dingen. De Psalmen richten onze blik omhoog: God is de bron van kracht, een rots, een schuilplaats. Dus niet: ‘Je kunt het!’, maar: ‘Hij kan het!’ Daarnaast – dat is het tweede – zie je dat de Psalmen laten zien waar de hoop op is gebaseerd. En dan wordt het ineens breder. Oké, het gaat over persoonlijk leed waarover wordt verteld binnen een persoonlijke relatie met God. Maar die God wordt ook Schepper van hemel en aarde genoemd en Bevrijder van Israël. Het ‘terugdenken’ aan Gods machtige daden geeft hoop voor de toekomst. En je mág een beroep doen op Gods macht. ‘U kunt mij bevrijden, Heer. Bevrijd mij!’ Dát is wat in veel Psalmen gebeurt, dat mensen God ‘burcht’ of ‘rots’ noemen en tegelijkertijd zeggen dat Hij zo ver weg lijkt. Ze grijpen dus terug op de ervaring uit het verleden of misschien wel op de verhalen van anderen. Daarom is het ook zo goed om samen de bevrijding te vieren. Omdat je dan de verhalen van anderen hoort. Maar het is ook nodig om het persoonlijk te maken en het voor jezelf van God te verwachten. Dat kan heel moeilijk zijn, maar het is altijd de moeite waard. Kom op! Hij kan het!
Doen
Vijanden, woeste wateren en haters… Het zijn de gevaren uit Psalm 18. Probeer eens op papier te zetten wie of wat jou bedreigt. Heb je vijanden? Zijn er omstandigheden in je leven die je kunt typeren als ‘woeste wateren’? Kortom: waarvan wil jij verlost worden?
Lees ook
/ Een aantal Psalmen (bijvoorbeeld 7, 11, 44). Let er eens op hoe vaak het gaat over ‘de vijand’.
/ Psalm 60:7. Hier roept David God op ‘ons’, het volk te bevrijden.
/ Psalm 94 begint bij ‘het volk’ en loopt uit op ‘mij’ en ‘ik’.
XFacts:
/ Psalmen zijn persoonlijk en bieden daardoor aan veel mensen troost.
/ Soms is het nodig dat je je alleen richt tot ‘jouw God’.
/ Maar Hij is altijd meer dan dat. Als je daarover nadenkt, geeft het extra steun!
Dit artikel is geschreven door Jan Kees Nentjes en gepubliceerd in X[ist] in Christ, jaargang 25, nummer 5.
