Sobere muziek, simpele maaltijden en stilte - vooral heel veel stilte. De erg eenvoudige Taizé jongerenontmoeting in Rotterdam trok deze dagen toch ruim dertigduizend bezoekers vanuit heel Europa. In de voetsporen van de pelgrims opzoek naar het waarom. 'Je komt hier los van je dagelijkse leven.'
Door Jan Pieter Rottier
De witte habijten van de Taizébroeders lichten ietwat op bij het schijnsel van een grote lamp. Ze zitten in kleermakerszit vooraan een podium dat eenvoudig gedecoreerd is met oranje masten, iconische afbeeldingen en een aantal metalen stellages vol waxinelichtjes. Geen van de broedermonden maakt geluid.
Ook de duizenden jongeren die op de betonnen grond van de hal zitten, zijn muisstil. Het laatste Taizélied klonk tien minuten geleden. Sommige ogen worden krachtig dichtgehouden, anderen met moeite opengehouden. Het maakt niet uit; hier mag je op je eigen manier opzoek gaan naar God.
De Taizébroeders wonen in de in 1944 door Roger Schutz opgerichte christelijke oecumenische kloostergemeenschap in het Franse dorpje Taizé (spreek uit: Têzee). Wekelijks trekt Taizé tientallen jongeren vanuit alle hoeken van Europa, opzoek naar bezinning. Dat hopen ze te vinden door het zingen van eenvoudige liederen en lange tijden stil te zijn
In de laatste week van december wordt ieder jaar jongerenontmoeting in een grote Europese stad georganiseerd. Vorig jaar had de ontmoeting plaats in het Poolse Poznan; het jaar daarvoor in het Belgische Brussel. De jongeren worden ontvangen door de kerken en gezinnen van de ‘gaststad' en de centrale organisatie is in handen van de broeders uit Taizé.
Gregoriaanse gezangen
De zoektocht naar het antwoord op de vraag wat de Taizéjongeren - die meestal een groot gedeelte van de kerstdagen hebben moeten reizen om op tijd in Rotterdam te zijn - zo bijzonder aan de Taizévieringen vinden, start aan het begin van de dag in de Ambachtse Open Hofkerk.
Deze kerk is samen met een honderdtal andere kerken in de regio Rotterdam aangewezen als ‘gastkerk.' Iedere Taizéganger begint de dag in zijn eigen gastkerk, alvorens naar Ahoy af te reizen voor de gemeenschappelijke viering.
De dag in de Open Hofkerk begint vroeg: half negen. Vijf minuten voor tijd druppelen mondjesmaat voornamelijk Oost-Europese jongeren de matig verlichte ontmoetingshal binnen. Met wenkende handen maakt organisatrice Anne van Overbeek duidelijk dat het voor de jongeren tijd is om de kerkzaal te betreden.
Ook dit podium is sober aangekleed met gekleurde doeken, brandende waxinelichtjes en iconische afbeeldingen. Van Overbeek zit met een microfoon in haar hand op een oud stuk tapijt. Wanneer de kerk halfvol zit - lang niet alle honderdzestig jongeren zijn op tijd binnen -, zet ze met een hoge stem het bekende Taizélied Behüte mich, Gott in.
Veel jongeren lijken de liedtekst uit hun hoofd te kennen. Diegene die het niet weet, pakt zijn witte programmaboekje op en leest mee. Iedereen zingt de liederen - die een beetje op Gregoriaanse gezangen lijken - in zijn eigen taal mee.
‘Het is een stijl die je moet liggen,' verklaart Van Overbeek - die al meer dan acht jaar Taizéthemadiensten in de kerk organiseert - na het zingen. ‘De liederen bevatten mooie akkoorden als je ze instrumentaal begeleidt en klinken nog bijzonderder als je ze vierstemming zingt.' Volgens de organisatrice is een pluspunt dat de muziek ook erg makkelijk mee te zingen is. ‘De liederen worden veel herhaald en na een paar keer zingen zit de tekst al in je hoofd.'
Loskomen
Vanaf de kerk rijdt een streekbus de jongeren in twintig minuten naar Ahoy. In de bus zitten de Nederlandse twintigers Esther, Pauline en Marleen tegenover elkaar. Ze discussiëren over de vraag wat de Taizévieringen zo aantrekkelijk maakt. ‘Er heerst een hele ongedwongen, vrije sfeer.'
‘Ook denk ik dat je door de eenvoud los komt van je eigen drukke leven,' noemt Esther. De andere dames zijn het met haar eens. Maar het loskomen vinden ze nog moeilijk. De vieringen vinden immers plaats in hun eigen buurt.
De middag in Ahoy begint met een lunch, weten de dames. Ze gaan door de ontvangsthal naar binnen, en worden met pijlen in de richting van het eten gestuurd. In een grote kale hal krijgt het drietal net als iedereen een plastic tasje in de hand gedrukt, wat met elke stap die ze doen een stukje voller wordt: eerst gooit een medewerker er twee bruine broodjes in, daarna een pakje pathé, een bakje pudding en als laatste twee mandarijntjes.
In een hoekje is voor de drie nog net een plaatsje over op de harde, betonnen vloer. Het honderden kletsende jongeren is totaal het tegenovergestelde van de doodse stilte die er tijdens de diensten heerst.
Veel van de jongeren komen hier voor een goedkope vakantie. De prijs voor vier dagen Nederland bedraagt voor veel Oost-Europeanen rond de zeventig euro - een bedrag dat is afgestemd op het gemiddelde jaarinkomen van het land. Er zijn jongeren die programmaonderdelen overslaan om te gaan winkelen in Amsterdam.
Er zijn ook jongeren met een serieuzer doel. De twintigers Céline uit Zwitserland en Dovile uit Litouwen bijvoorbeeld. Ze staan aan de rand van de ‘eethal' en houden allebei een grote rol blauwe plastic vuilniszakken vast. Samen met heel veel anderen zorgen ze ervoor dat de hal na afloop van de maaltijd weer net zo schoon is als aan het begin was.
Corvee is volgens de katholieke Dovile één van de vele manieren hier om met God bezig te zijn. ‘Maar het stil-zijn voor Hem vind ik het fijnst, want in de stilte kan ik God vinden.' Céline, die protestants is, vindt het vooral bijzonder dat iedereen hier geaccepteerd wordt zoals die is. ‘Hier komen gelovigen uit verschillende richtingen bij elkaar. Maar hier draait het niet om de vraag uit welke stroming je komt, maar hier draait het om God.'
Eenheid
De diensten zouden te vrijblijvend zijn, luidt de kritiek. Alleen de liefdevolle kant van God zou getoond worden en niet Zijn ‘rechterlijke' kant. Jongeren zouden niet duidelijk aangespoord worden om radicaal voor Jezus te kiezen.
De zestienjarige katholieke Josien uit Papendrecht vindt het juist goed dat de diensten zo ‘laagdrempelig' zijn, vertelt ze tijdens één van de workshops die na de middagviering volgen. ‘Juist daardoor kunnen veel mensen zich in de vieringen vinden. Als je te diep gaat, verstoor je die eenheid.'
Volgens Josien kun je bij Taizé zover de diepte in gaan als je zelf wilt. ‘Er is voldoende ruimte om in groepjes over de thema's na te praten. Dat is volgens mij voor vooral de bedoeling van Taizé: wat je hier leert weer (uit)delen aan anderen.'
Tijdens het avondeten gaat Josien bij een groepje Franse jongeren zitten. Een van hen pakt zijn gitaar en begint spontaan een vrolijk deuntje te spelen. Het is een herkenbaar wijsje blijkt, want steeds meer Taizégangers lopen naar de Fransen toe en zingen mee. Josien: ‘Had ik je al verteld dat je naast God hier ook veel nieuwe mensen kunt ontmoeten?'
De Franse An-Katherine neemt Josien mee naar de laatste avonddienst. Omdat in de grote zaal geen plaats meer is, worden ze naar de tweede hal geleid. Daar lopen Taizévrijwilligers rond met borden waarop het woord ‘stilte' in verschillende talen staat geschreven om de jongeren ervan te weerhouden geluid te maken. Met duizenden andere jongeren zijn An-Katherine en Josien vanavond nog een keer stil voor God.
