‘In de hemel zal ik vragen waarom’

Ze heeft haar droombaan als juf voor de klas en is sinds een jaar getrouwd met droomvent Henk. Nu verlangt ze ernaar een gezin te stichten. Het leven is gaaf en vol verwachting. Tot 2 augustus 2009, als ze wordt aangereden door twee jongens die voor de lol aan het racen zijn. Kapotte ribben, een gekneusd hart, geperforeerde darmen, beenbreuken op 23 plaatsen, een afgebroken zwangerschap en nog veel meer ellende, zijn het gevolg voor Jorijke Koelewijn(23).

“Het was zondag, een regenachtige dag, we waren ongeveer twee weken op vakantie in Zuid-Afrika. We gingen op stap met de huurauto. Ik herinner me nog dat ik ineens een rode auto op onze weghelft zag en dat ik tegen Henk schreeuwde: ‘Naar links, naar links!’ Maar het was al te laat. Onze auto werd frontaal geraakt. Omstanders konden Henk uit de auto krijgen, maar ik zat bekneld.

Het waren twee jongens die met elkaar aan het racen waren. Ze reden wel 180. De auto van de jongen die ons raakte, vloog in brand, hij heeft het niet overleefd. De andere jongen reed door. Ik was meteen in coma en werd door ambulancemedewerkers uit het wrak gesneden.

Jezusfiguur

Mijn ouders vlogen naar Zuid-Afrika, want ik leek dood te gaan. Ze vierden mijn 23e verjaardag terwijl ik in coma lag. Mijn ribben waren kapot, mijn hart was gekneusd, mijn darmen geperforeerd, mijn benen op 23 plaatsen gebroken, de huid aan flarden. En overal wonden, behalve gelukkig op mijn gezicht. Ik bleek tien weken zwanger te zijn, iets wat we al wel vermoedden maar nog niet zeker wisten. Die dag hadden we een test willen kopen, maar omdat het zondag was, was de apotheek dicht. Het kind moest meteen worden weggehaald, want ik had al mijn levenskracht nodig voor mezelf. Henk durfde me dat pas na zes weken te vertellen.

Van die eerste weken weet ik niets meer. Ik lag ruim een week in coma en werd toen nog twee weken in slaap gehouden. Toen ik bijkwam, was de eerste die ik zag Henks broer Henri, die uit zijn woonplaats in Braziliё was overgevlogen. Hij vertelde me hoe het kwam dat ik hier zo in de kreukels lag. Zijn aanwezigheid was heel belangrijk voor me, hij voelde heel vertrouwd, wat apart was, want ik kende hem amper. Hij was een soort Jezusfiguur, met zijn lange haar en stoppelbaard. Als hij de kamer uitging, vroeg ik: ‘Kom je gauw weer terug?’ Henk lag verderop in het ziekenhuis en kwam eerst met bed en al en later op krukken bij me.

Wreed

Na zes weken werd ik naar Nederland vervoerd, waar ik in Nieuwegein in het ziekenhuis kwam. Daar heeft Henk me verteld dat we zwanger waren geweest. In Zuid-Afrika had ik al eens gevraagd wat ze allemaal in mijn buik hadden uitgespookt, maar Henk durfde het niet te vertellen omdat hij bang was dat ik zou sterven van verdriet. We hebben toen samen gehuild.

Het is zo wreed! Waarom geeft God dit eerst en laat Hij het dan op deze manier weghalen? We waren zo gelukkig samen, verlangden zo naar een baby. Hoewel ik nog niet wist dat ik zwanger was, zei mijn gevoel al dat er iets was. Dat is zo bijzonder! Dat het kindje is weggehaald, raakt mij heel diep. Ik weet niet of ik wel wil leven als ik geen kinderen meer kan krijgen. Volgens de artsen moet alles nog gewoon werken en mogen we hoop hebben. Dat wil ik ook graag, maar soms is dat wel moeilijk. Zou God óók vinden dat wij nu wel genoeg voor onze kiezen hebben gekregen?

Na talloze operaties en een verblijf in een revalidatiekliniek, bleken de wonden aan mijn benen niet te genezen. Eind januari moesten mijn onderbenen geamputeerd worden, er zat niets anders op. We waren allemaal in tranen toen we het hoorden, Henk, mijn ouders, ik. Het viel toch wel rauw op mijn dak. Toen ik bijkwam uit de narcose zong ik het lied ‘Til mij op, draag mij door het diepe water’. Mijn ouders zongen mee.

Er ging veel door mij heen toen ik voor het eerst mijn stompen zag. Ons leven zal nooit meer hetzelfde zijn, alles is anders. Ik ben anders. En nu zijn er steeds die confrontaties: we hebben een invalidenauto aan moeten schaffen – houd 3 meter afstand! –, op het strand met mijn tenen in het water zitten, zal nooit meer gebeuren, in een restaurant zit ik soms letterlijk in de weg en ik ben afhankelijk van anderen. Ik, die altijd van alles organiseerde en mijn eigen boontjes dopte!

Onbegrijpelijk

Ik ben heel boos geweest op God. Ik houd ontzettend veel van Hem en was veel bezig in de kerk, iets wat ik met alle liefde deed. Waarom zet Hij mij in en maakt Hij er dan op deze manier een einde aan? Hij had dit alles met een vingerknip kunnen voorkomen, maar dat heeft Hij niet gedaan. Na het ongeluk leek Hij lange tijd ver weg te zijn, ik kon niet bij Hem komen. Ik had geen Bijbel naast mijn bed, dat kon me geen reet schelen. Ik voelde me als Job, die ook alles werd afgenomen. Ik begreep er niets van.

Maar gaandeweg ben ik toch weer gaan zien dat Hij mooie dingen doet. Hij stuurt mensen die om mij heen staan. Die drieduizend kaarten die ik heb gekregen, laten Zijn zorg zien. Dat Henk mij niet in de steek heeft gelaten, daar zelfs geen moment aan gedacht heeft, is heel gaaf. Hij ligt zelf ook in de kreukels, maar hij is er constant voor mij. Ik heb drie geweldige vriendinnen. De mensen in de kerk kookten elke dag voor ons toen ik het ziekenhuiseten niet weg kon krijgen. De band met mijn ouders en broers en zussen is veel sterker geworden, vooral die met mijn vader. Als ik verdrietig ben, bel ik hem op en dan stelt hij me altijd gerust. ‘Maak je niet druk Jorijke, het komt allemaal weer op z’n plaats.’ En dan kan ik weer verder.

Wilskracht

Voor het eerste plan om mijn onderbenen te reconstrueren, was huid van mijn bovenbenen gebruikt. Die schaafwonden wilden niet helen, wat een dagelijkse urenlange marteling opleverde als ik het verband los moest pulken om het te verwisselen. Op een dag was ik er helemaal klaar mee. Na een second opinion kon ik in april in het Brandwondencentrum in Beverwijk worden opgenomen. Tot mijn grote geluk is er nu voor het eerst sinds 2 augustus een stijgende lijn! De huid op mijn bovenbenen is dicht! Ik merk nu dat de optimistische levenshouding, die ik vroeger altijd had, weer terugkomt. Ik mόét en ik zal weer kunnen lopen! Ik moet en ik zal de artsen in Zuid-Afrika ooit opzoeken om ze te bedanken voor wat ze voor me hebben gedaan. Wie weet doen we de hele vakantie nog eens over!

Droom

Ik word nu nog een keer geopereerd om de definitieve stompen te maken. Het is afwachten of dat onder of boven de knie zal worden. Daarna verhuis ik naar een revalidatiecentrum, waar ik de komende anderhalf tot twee jaar bezig zal zijn om weer te leren lopen met protheses.

Wat zal het gaaf zijn als ik weer als juf voor de klas zal kunnen staan, maar dan als rolstoeljuf. Het zal me lukken! Het was mijn droom om juf te worden, nu laat ik het me niet weer afpakken. Ik ben zo gek op kinderen.

Laatst zijn we voor het eerst weer in de kerk geweest. Toen we binnenkwamen, stond iedereen op om te applaudisseren. Henk en ik barstten in tranen uit natuurlijk. We vierden Avondmaal, ik in de rolstoel. Naderhand kwamen alle kinderen uit mijn klas en van de school me een hand geven. Dat was echt geweldig, heel erg gaaf. Ik ben zo blij dat ik bij een kerk hoor!

Waarom dit alles is gebeurd? Ik weet het niet. Wel weet ik dat God een plan heeft en dat het niet zomaar is gebeurd. In de hemel zal ik vragen waarom. We zullen zien.”

Dit artikel is geschreven door Jeanet van der Linden en gepubliceerd in X[ist] in Christ, jaargang 24, nummer 8.


6 juni 2011
Jeanet van der Linden   
 

Reacties 

 
#1 Steven 20-01-2012 09:21
wow.
Citeer
 

Plaats reactie


Om spam tegen te gaan, verzoeken we je om onderstaande tekst over te typen voordat je je reactie verstuurt. Beveiligingscode
Vernieuwen

Inloggen hidden