Hoewel Roemenië niet om de hoek ligt, reist Mirjam de Rijke (24) er zo vaak mogelijk heen. Weesmeisjes en zigeunerkinderen hebben haar hart geraakt en om hen te helpen richtte ze de stichting Care Foundation op. “Ik denk wel eens: verrek, wat hebben we het in Nederland toch goed.”
“Toen we een paar jaar geleden voor het eerst in Roemenië waren, werden we geraakt door het meisje Laura. Haar moeder is overleden en haar vader is een verslaafde alcoholist, die niet meer voor Laura en haar zusje kon zorgen. We besloten om een stichting op te richten om kinderen als Laura te helpen, dat is ook de ondertitel van de Care Foundation geworden: for children like Laura”.
Dat was in 2006. Samen met vier andere jongeren – waaronder haar broer en schoonzus – uit haar kerkelijke gemeente in Rotterdam besloot Mirjam om zich blijvend in te zetten voor kinderen zoals Laura. “We zijn in het dorp Chinari begonnen met de projecten,” vertelt Mirjam. “Chinari is een zigeunerdorp waar de mensen in krotten leefden. Wij zijn bouwprojecten gestart en inmiddels wonen de mensen in normale huizen. We willen met onze stichting langdurige relaties opbouwen, dus als de huizen bijvoorbeeld af zijn, gaan we niet meteen weg. We willen meer doen en organiseren voor kinderen kinderactiviteiten en evangelisatieactiviteiten. We nemen ze ook wel eens mee naar de dierentuin of naar de McDonald’s, zodat de kinderen even uit hun dorp weg zijn. Maar het hoofddoel van de stichting is evangelisatie, we willen bouwen aan Gods Koninkrijk.”
Drinken en een koekje
Inmiddels heeft de stichting verschillende projecten lopen en organiseren Mirjam en haar vrienden elk jaar een werkvakantie naar Roemenië. De reis brengt de deelnemers in twee of drie weken naar het meisjesweeshuis Zau de Campie, het zigeunerdorp Tarnaveni en ook een dagje naar Chinari. De meisjes in het weeshuis hebben in de zomervakantie niets te doen, daarom organiseert de Care Foundation vaak een kamp, zodat ze er toch even uit zijn.
Evangeliseren is een doel van de Care Foundation, maar dat is soms best lastig als je de taal niet spreekt. Mirjam: “We proberen ook bepaalde normen en waarden door te geven en een structuur aan te brengen, structuur kennen ze namelijk niet. We delen dan drinken en een koekje uit, maar dan willen we dat ze eerst rustig aan tafel gaan zitten. Dat werkt, want als we een jaar later terugkomen, weten ze het nog.”
De weken in Roemenië zijn voor Mirjam allesbehalve vakantie. “Het is erg vermoeiend. Je bent de hele dag in touw en je hebt dan negentig of honderd kinderen om je heen. En dan is er ook nog de taalbarrière, al heb ik in de afgelopen jaren wel wat Roemeens geleerd. Graag zou ik nog beter Roemeens willen leren, dan kan ik ook met ouders praten. Nu communiceren we vaak via de kinderen met de ouders. Als ik beter Roemeens spreek, kan ik veel meer uit mijn werk halen.”
Drijfveren
“Ik doe het echt voor de mensen daar,” vertelt Mirjam, terwijl ze foto’s van Roemenië bekijkt. “Als ik in het zigeunerdorp rondloop, denk ik wel eens: ‘Verrek, wat hebben wij het in Nederland toch goed.’ De kinderen daar zijn zo blij als ze al even met een ballon mogen spelen en in Nederland zeuren we vaak over dingen die niet belangrijk zijn.”
De Care Foundation baseert zich op Matteüs 25:39 waarin Jezus zegt: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.” Mirjam merkt dat haar werk gezegend wordt. “We hebben inmiddels een grote achterban opgebouwd en er is altijd nog genoeg geld binnengekomen. We vinden doorgangen, mensen willen ons helpen en zo komt alles steeds goed. Als we in Roemenië zijn en we zijn moe, dan weten we dat we onze kracht uit God kunnen halen. Aan het begin van elke dag beginnen we met God, in het team maar ook alleen. Daar haal ik dan energie uit voor de dag. Het team wordt er ook heel hecht door.”
Meer energie!
“Als ik de koppies van de kinderen zie, dan geeft dat me een hoop energie,” zegt Mirjam. “Als we weer in Roemenië komen en de auto uitstappen, dan springen en rennen de mensen op ons af. Ze pakken ons vast en ze zijn blij met je en ook met kleine dingen. Dat zet mij elke keer stil bij mijn eigen leven. Ook als we in het meisjesweeshuis zijn en een avond lekker dansen met die meiden, vind ik dat bijzonder. We houden elkaar vast en lachen samen. Zulke momenten blijven me bij, dat had ik van tevoren niet voorzien.”
Dit artikel is geschreven door Thirza van Winsum en gepubliceerd in X[ist] in Christ, juni 2009.
