Op 9 juni mogen we (weer) stemmen! Iedereen verwacht dat Geert Wilders er met een flink deel van de zetels vandoor zal gaan. Rita Verdonk, die eerder nog op weg leek de eerste vrouwelijke premier van ons land te worden, is intussen alweer haast vergeten. Ook de andere partijen zijn door de opkomst van het populisme behoorlijk veranderd. Wat betekent populisme voor de politiek van nu en moeten we blij zijn met populisten of ze juist negeren?
Je ziet een politicus met een rood aangelopen hoofd naar de microfoon voorin de vergaderzaal rennen. “Het is een schande, minister! U liegt! U draait! U bedriegt de kiezer!” Lange tijd werd gedacht dat dit soort taferelen alleen in een heetgebakerd land als Italië of Griekenland te zien zijn. Wij Nederlanders zijn een rustig volkje, dat overal net zo lang over doorbabbelt tot er iets op tafel ligt waar iedereen zich wel een beetje in kan vinden.
Die tijden zijn voorbij. Sinds de opkomst van Pim Fortuyn is er geen houden meer aan: politiek draait steeds meer om ‘keihard zeggen wat je denkt’ en steeds minder om het gezamenlijk vinden van goede oplossingen. Er waait een populistische wind door de politiek.
Kritiek
Wat is er gebeurd? De bekende historicus Maarten van Rossem beantwoordt die vraag in zijn pas verschenen boekje Waarom is de burger boos?. Volgens hem steekt populisme de kop op als een deel van het volk zich onvoldoende gehoord voelt door de politieke elites. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer de economie krimpt en de werkloosheid toeneemt en mensen zich zorgen beginnen te maken over hun zekerheden. Volgens van Rossem is het kenmerk van populisten dat ze kritiek hebben op ‘het systeem’. Hij heeft weinig goede woorden over voor populisme en noemt de denkbeelden van bijvoorbeeld Geert Wilders ‘de paranoïde angstvisioenen van een bange man’.
Bas van der Vlies is het met hem eens. Hij stond van 1981 tot 2010 aan het roer van de SGP-fractie. Na bijna 30 jaar in de landelijke politiek zegt hij de Tweede Kamer nu vaarwel. In de Volkskrant van 10 april 2010 bespreekt hij het politieke klimaat waarvan hij afscheid neemt: “Populisme is een begrip dat past in het huidige beeld. Ik vind het volksverlakkerij als populisme betekent: de taal van de mensen spreken, zonder oplossingen te geven (...) Dat staat stoer, maar het doet niets. Veel van die plannen zijn onuitvoerbaar, er komt niets van terecht.”
Het volk
Is iedereen het daarmee eens? Nee, Peter Frans Koops denkt daar anders over. Hij is christen en gemeenteraadslid in Bunschoten-Spakenburg namens de Spakenburgse Vrijheids Partij (SVP). Deze partij is verwant aan de PVV van Geert Wilders. Tijdens een lezing legt hij uit wat hem tot een populist en Wilders-fan gemaakt heeft. “Populisme, in de betekenis van luisteren naar en reageren op wat er bij het volk leeft, is een goede eigenschap voor politici, lijkt me. Er wordt vaak geroepen dat populisten voor verwarring zorgen. Dat vind ik te negatief: door populisme gaan, ook voor veel christenen, juist de ogen open. Blijkbaar is de opstelling van de christelijke partijen in het islamdebat niet krachtig genoeg en verlangen mensen naar een duidelijk, Bijbels geluid waardoor de islam ontmaskerd wordt.” Koops merkt op dat het eigenlijk de ándere partijen zijn die zich ‘populistisch’ gedragen. Er wordt volgens hem al jarenlang alleen maar naar een klein deel van het volk geluisterd: de hoger opgeleide mensen in de Randstad, die voor een multiculturele samenleving zijn. “Als je het zo bekijkt, vertegenwoordigen wij de stem van de meerderheid die tot voor kort nergens gehoord werd. De gewone Nederlanders, die zich zorgen maken over de opkomst van de islam, een gevaarlijke ideologie, die ten onrechte wordt verward met een godsdienst.”
Signaal
Wouter Kremer zit in het bestuur van PerspectieF, de jongerenorganisatie van de ChristenUnie. Is hij blij met de opkomst van populistische politici als Koops? “Ik vind het verhaal van Koops niet overtuigend. Ik geloof niet dat ze in Bunschoten-Spakenburg écht last hebben van moslims en bovendien kun je niet de vrijheid van godsdienst voor de ene godsdienst wél en voor de andere niet laten gelden. Iemand als Wilders wil bijvoorbeeld hoofddoekjes belasten en de Koran verbieden. Als je zo begint, kun je ook het dragen van een kruisje of een keppel strafbaar gaan stellen. Die kant moet het niet op. Toch hebben politici als Koops en Wilders wél een belangrijke signalerende rol. Door zo duidelijk zaken te benoemen, kunnen de andere politici niet meer beweren dat ze niet gewaarschuwd zijn.”
Is het voor een partij als de ChristenUnie niet beter om populisten gewoon te negeren en aan de zijlijn boze dingen te laten roepen? “Dat moeten we nu juist níet doen. We moeten de stemmers van deze partijen niet het gevoel geven dat hun zorgen er niet toe doen of dat dit ons niet interesseert. En we moeten tegelijk laten zien dat veel oplossingen die populisten aandragen, helemaal niet kunnen in de praktijk. Dan moet je soms ook hardop zeggen dat politiek ingewikkeld is en dat je niet alles wat je wilt bereiken ook meteen kunt bereiken.”
Ook Koert van Bekkum, journalist bij het Nederlands Dagblad, ziet, ondanks kritische bezwaren, wel iets positiefs in populisme. “Je ziet telkens opnieuw dat bestuurders moeten leren dat ze namens het volk regeren en niet namens zichzelf. Toen het parlement in 1848 begon, was het een clubje van sigarenrokende liberale mannen. Abraham Kuyper bracht daar, namens de protestantse minderheid, aan het eind van de 19e eeuw verandering in en werd daarin gevolgd door de socialisten en de katholieken. De Tweede Kamer werd zo steeds meer een afspiegeling van de maatschappij. Hans van Mierlo (de onlangs overleden oprichter van D66) was eigenlijk ook een populist. Hij wilde bijvoorbeeld veel meer directe invloed, zoals gekozen burgemeesters en referendums.”
Vijanden
In onze tijd worden politici als Fortuyn, Wilders en Verdonk als ‘populistisch’ omschreven. Terwijl de populisten uit andere tijden zich vaak afzetten tegen bijvoorbeeld rijke fabrieksdirecteuren, hebben de populisten van nu weer andere ‘vijanden’ aangewezen. Ze hebben het bijvoorbeeld vaak over ‘de linkse kerk’ en over de ‘islamisering’. Wat populisten met elkaar delen, is een totaal gebrek aan vertrouwen dat de bestaande partijen voor de oplossingen zullen gaan zorgen.
ChristenUnie-politicus ‘in ruste’ Gert Schutte gold in zijn tijd als Kamerlid, eind vorige eeuw, als ‘het geweten van de Tweede Kamer’. Hij pleit er nu voor om de hand in eigen boezem te steken: "Populisme zit in de lucht, we ademen het allemaal in. Politici, maar ook kiezers, vergeten soms dat niet alles wat je onderbuik je vertelt, waar is. Politiek is het werk van zondige mensen. Laten we daarom maar vooral bescheiden blijven en intussen proberen te leren van populisten dat politiek wél altijd ten dienste van mensen moet staan."
Gaat het mij om de poppetjes of om de plannen en de idealen waar ik voor sta? Goeie vragen op weg naar de stembus op 9 juni...
Dit artikel is geschreven door Karel Smouter en gepubliceerd in jaargang 24, nummer 7.
