'Ik ben met mijn hoofd in Nederland en met mijn hart in Egypte'
Soms heb je vertraging, daarna ga je weer met de sneltrein en soms moet je terug naar het station waar je vandaan kwam. Schrijfster Monique Samuel deelt vanaf dit nummer haar treinervaringen in het vervolgverhaal 'Een dansje in de regen'. "Ik wil jongeren met mijn verhalen aan het nadenken zetten, want als ik anderen vragen stel, stel ik ze ook aan mezelf."
De opdracht: interview Monique Samuel (19). Oké! Eerst maar eens 'googlen'. Dit levert interessante feiten op: winnaar van twee literatuurprijzen, kind van een Egyptische vader én – voor het drama-effect zeer interessant – een erfelijke oogziekte. Dan bellen voor een afspraak. "Ik wil het niet over mijn oogziekte hebben!", eist ze streng. Oei, een felle tante! Ze zegt dat ze meer 'is' dan haar oogziekte...
"Wil je thee of fris?", vraagt ze – gelukkig erg vriendelijk – 's avonds in haar woning in Hilversum. Euhm, nou eigenlijk eerst een paar foto's nu het nog licht is. Zonder een blik in de spiegel te werpen, maar wel met een verontschuldiging voor haar warrige kapsel - dat overigens prima zit - neemt ze buiten een paar poses aan. Ze controleert de opnames en gaat dan naar binnen voor de beloofde kop thee. Tijd om rond te snuffelen. De volle boekenkast valt op, maar ook het Egyptische tafelkleed, de Arabische colaflesjes en de oosterse parfum. Dan ploft ze neer op de bank en kan die prangende vraag gesteld worden: “Wie is Monique Samuel?” “Leuke vraag,” glimlacht ze. “Monique is nieuwsgierig, eigenwijs, ongekend ambitieus en passioneel. En de keerzijden zijn dat ik in al deze vier punten 'te' kan zijn. Verder ben ik sinds een paar maanden getrouwd.” Getrouwd? Dat stond niet op Wikipedia. En ook in haar woning zijn tot op dat moment geen sporen van een echtgenoot gevonden. Enthousiast vervolgt ze: “Ik was jong. Daarom zeiden heel veel mensen dat we gek waren. Maar wij waren, nee: wij zíjn stapelgek op elkaar. Weer anderen noemen het burgerlijk, maar ik denk dat het een gewaagdere stap is dan het onderhouden van losse flodders. En uiteraard zijn mensen bang dat ik straks met een rijtje kinderen op de bank zit. Niet nodig. Ik ben ambitieus, dus nee, voorlopig geen kinderen.”
Fiftyfifty
Monique is een dochter van een Nederlandse moeder en een Egyptische vader. Ze is niet in Egypte geboren, maar gaat wel regelmatig naar het land toe. Ze vertelt dat als ze daar is, ze bij haar oma woont. Daar gaat ze naar haar eigen kerk, praat ze Egyptisch en draagt ze dezelfde kleding als haar Egyptische familieleden en vrienden. Ze noemt het bijna haar tweede leven: “Ik heet er zelfs anders, namelijk Mounira. Of ik meer Egyptische of Nederlandse ben? Dat is een lange worsteling geweest. Als kind voelde ik me Nederlands, maar later merkte ik dat de Egyptische cultuur veel meer voor me betekende dan ik dacht. Even ben ik 'doorgeschoten' naar het Egyptische, maar nu zou ik willen zeggen dat ik fiftyfifty ben. En wel met mijn hoofd in Nederland en met mijn hart in Egypte. Daarmee bedoel ik dat ik eerlijk wil zijn, rationeel en dat ik graag debatteer. Daar moet je echt een Nederlander voor zijn. Maar in gastvrijheid, liefde en toewijding wil ik meer een Egyptische zijn.”
Doorgeschoten naar de Egyptische genen... Wat bedoelt ze daarmee? “Nou, als kind vond ik Egypte leuk, maar een vakantie in Italië ook. Dit veranderde toen ik dertien was. Ik wist toen net een halfjaar dat ik de oogziekte Stargardt had. Mijn zicht ging snel achteruit en dat heeft een heftige impact op je leven.” Ah, nu begint Monique er zelf over! Komt dat even goed uit... Al moet opgemerkt worden dat haar visuele handicap in haar doen en laten helemaal nog niet opgevallen was: geen geleidehond of stok in huis, geen voetbad bij de thee en ook haar ogen glinsteren alsof ze prima functioneren. Toch ziet Monique maar voor tien procent. Ze vertelt hoe ze door de oogziekte, in combinatie met puberen, ineens enorm geïnteresseerd raakte in het land van haar vader: “Ik ging alles wat los en vast zat over Egypte lezen. Mijn ouders werden gek van mij. Vooral mijn vader. Hij had bewust voor Nederland gekozen, maar nu was zijn kind aan het terugkrabbelen naar Egypte.”
Literaire prijs
Monique begon aan een zoektocht. Dit combineerde ze met haar schrijverspassie. Op haar zesde schreef ze al verhalen. “Maar die maakte ik nooit af. Door mijn zoektocht naar Egypte had ik eindelijk mijn ideale verhaal. Ik kon autobiografisch schrijven en dus was het geloofwaardig. Daarnaast kon ik het volhouden, want ik wilde per se mijn zoektocht voltooien. Op mijn dertiende ben ik eraan begonnen en op mijn zeventiende was het af.” Monique zou Monique niet zijn als ze niet enthousiast op zoek ging naar een uitgever. “Dit was ongekend lastig. Ik wist dat ze mijn naam niet kenden, dat ik nog niks had bereikt en ik bij voorbaat op de grote stapel 'niet interessant' zou komen. Toen hoorde ik van de El Hizjra-Literatuurprijs (een literaire prijs voor jongeren met een Marokkaans/Arabische achtergrond) en besloot ik een stuk van mijn boek Voorbij de Horizon in te sturen.” Ze wint! Het gevolg is dat haar werk uitgegeven wordt en dat ze met hulp van de uitgeverij nog meer kan groeien. In 2008 wint ze nogmaals de prijs met het kort verhaal 'De laatste Slangendans'. Inmiddels heeft ze het Bijbelstudieboek Bruiswater geschreven, maakt ze columns voor het Leids Universitair Weekblad Mare en het Nederlands Dagblad en is ze bezig met een nieuwe roman. Monique: “Schrijven is voor mij de ultieme uitlaatklep. Het biedt de mogelijkheid om zonder grenzen vrij te denken. Maar schrijven is ook filosoferen: de gedachten de vrije loop laten. En daarnaast heb ik ook een psychologisch doel. Ik wil dat de lezer nadenkt. Zo ook bijvoorbeeld met Bruiswater.”
Hoe zit het eigenlijk tussen Monique en God, wie is God voor haar? Als die vraag haar gesteld wordt, is ze voor het eerst opvallend stil. “... Ik zou bijna zeggen dat God een ongelofelijk mysterie is. Maar dat klinkt wel heel zweverig. Een paar jaar geleden had ik kunnen zeggen dat Hij een goede vader is, liefdevolle vriend... Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat God veel groter is dan clichés. Ik ken hem nog voor geen fractie. Zelfs al laat Hij zich kennen door de Bijbel en doet Hij bijzondere dingen in mijn leven. Maar ik heb nooit getwijfeld aan het feit dat God bestaat. Wel ongekend getwijfeld of ik christen kon en wilde zijn.” Monique vertelt dat ze nadat ze hoorde van haar oogziekte, besloot geen christen meer te zijn. Totdat ze de cd Transform van Rebecca st James kreeg. “Nummer drie heet 'Don't worry'. En dat nummer in combinatie met gebed zorgde voor een pan kokende soep. Ik moest tegelijk huilen en lachen en kreeg eigenlijk een overdosis van de Heilige Geest. Getwijfeld of Hij bestaat heb ik daardoor nooit. Dan zou ik namelijk geen doel hebben, geen bestemming, geen toekomst en is mijn hele leven en dat van anderen zinloos. En daar kan ik niet mee leven, maar ik worstel wel vaak. Ik stel mijzelf constant de vragen: hoor ik bij God en wil ik bij God horen? En nee, ik geef God niet de schuld van mijn oogziekte. Als God alle gebrokenheid in de wereld zou voorkomen, dan zou dit het paradijs zijn, maar de wereld is geen paradijs. Ik ben God juist dankbaar, want hij heeft mijn ziekte op een speciale manier gebruikt. Het heeft mij dichtbij Hem gebracht en ik ben mij veel meer bewust van het leven. Ik heb geleerd om intens te genieten. Waarvan? O, van heel veel dingen. Van de zon, echt ik ben helemaal gek van de zon! En van lekker eten, vriendschap, humor, van al het groen... Eigenlijk ben ik constant bezig met wat ik nog zie.”
Wereldverbeteraar
Als de afsluitende vraag 'wat wil je in de toekomst doen?' gesteld wordt, is Monique al kletsend heel comfortabel, languit op de bank gaan liggen. Ze vertelt dat ze naast het schrijven Politicologie studeert en vakken van Arabische Taal & Cultuur volgt. Uiteindelijk wil ze de politiek in. Daarom is ze nu al actief voor de ChristenUnie. Ze realiseert zich dat ze met haar talent ook een schrijverscarrière kan beginnen. Maar volgens eigen zeggen heeft ze meer te doen. “Als je een wereldverbeteraar bent, hoor je in de politiek. Bovendien vind ik het belachelijk om vanuit mijn studie in een werkkamer te eindigen en alleen maar te schrijven.” Daarnaast zegt ze alleen nog maar te willen genieten: “Ik wil leven, echt leven in de volle betekenis van het woord. En zo mensen laten zien dat ik leef, dat ik een drive heb. Als mensen zich dan gaan afvragen waar die drive vandaan komt, dan is dat mijn getuigenis.”
Inmiddels is het drie uur later. Wie is Monique Samuel? Die vraag is wel beantwoord. En inderdaad, ze is meer dan haar oogziekte. Wist ze zelf haar stopwoord al? Inderdaad: ongekend... Wil Monique zelf nog iets kwijt? “Nee, ik heb wel genoeg gezegd... Of jawel, toch!” Lachend: “Lees mijn boek!”
Lees verder over Monique
Nieuwsgierig naar het schrijftalent van Monique Samuel? Lees dan op pagina 54 het eerste deel van haar vervolgverhaal 'Een dansje in de regen'. Of koop haar nieuwste boek Bruiswater, uitgeverij Boekencentrum. ISBN: 9789023923596, prijs 13,90 euro. Voorbij de Horizon is uitgegeven door Uitgeverij Timotheus. ISBN: 9789079895014, prijs 15,95 euro.
Dit artikel is geschreven door Hilde Tromp en gepubliceerd in X[ist] in Christ, juni 2009.
