MuntDaar staat ‘ie, achter een rijtje in- en uitcheckpaaltjes van de NS: een kleine, en stevige man. Hij heeft kleine stoppeltjes op zijn gebruinde voorhoofd. Z’n donkere ogen kijken je smekend aan. Of je een krantje bij hem wilt kopen. En dan krijg je voor die 1,90 euro ook nog eens alle goeds van de wereld toegewenst. Alsof de man een elektronische pop in een pretpark is, die na inworp van wat geld een dansje doet.

 

Die toegewenste goedheid kan de man je helaas niet zelf geven. Wie dat wel kan, dat vertelt hij er niet bij. Hij gelooft niet in God. God had hem moeten helpen, maar deed dat niet, zegt hij. En ook Zijn volgelingen hielpen hem niet: de kerk sloeg de deur altijd dicht. De nachtopvang, daar is de man wel welkom – mits hij die dag voldoende heeft verdiend met de verkoop van zijn krantjes.


Vernederend. Dat is het om zo voor je geld te moeten bedelen. Nog vernederender is het dan als een groepje korpsballen met strak gekamd haar en glad gelakte schoenen een handvol kleine muntjes naar je smijten. Wij hebben het wél voor elkaar, lijkt hun statement. Ze snappen niet dat rijkdom vergankelijk is. Het oprapen van het koper is lastig voor de man. Vorige week had hij een operatie aan zijn lies. Hij is nog niet helemaal hersteld.

 

De man heeft een ‘fucking life’, zegt hij. Geen huis, geen spullen, geen identiteit, geen familie, geen verblijfsvergunning. En teruggaan naar zijn thuisland betekent de dood. Hij wil hier blijven en zal hier blijven. Hij gelooft dat het lukt. Daarom wil hij ook geen drugs verkopen. Hij is vaak genoeg gevraagd, maar heeft altijd geweigerd. Anders krijgt hij helemaal geen verblijfsvergunning meer.

 

De verkoper voert een strijd, een strijd om rechtvaardigheid, om erkenning van zijn ik. Geen strijd met geweld of gescheld, maar een strijd met woorden. Lieve, oprechte woorden. Het is een strijd die zinloos lijkt. Zinloze oprechtheid. Zinloze rechtvaardigheid. Maar ooit gloort er hoop. Met Nelson Mandela was dat net zo. Mandela, ooit onschuldig vastgezet, is nu het symbool voor vrijheid. Ook voor de kale man.

 

Het strijden, bedelen en verkopen heeft de man moe gemaakt. Heel moe. Hij zou zo drieënhalve dag kunnen slapen, zegt hij. Stiekem hoopt hij dat als hij wakker wordt, hij nieuw leven kan beginnen. Een leven met een beetje meer geluk.