Zwijgend ruim ik mijn spulletjes op. Telefoon in de tas. Horloge om. Koffiemok, theeglas, waterglas, soepglas, fruitschoteltje, fruitvorkje naar de keuken (ik produceer meer afwas dan kB’s op een gemiddelde werkdag). Een automatisch antwoord instellen in Outlook: ‘Ik werk niet meer bij deze organisatie. Dit is het algemene mailadres. Succes met je leven.’
Sinds dit seizoen ben ik leidster van een van de meisjesclubs in onze kerk. 11 sprankelende meiden van een jaar of 9 verdragen elke dinsdagavond mijn gezelschap. Ik probeer ze samen met mijn medeleidsters te onderwijzen ‘in de Schriften’ en laat ze daarna in recordtempo allerlei frutselwerkjes in elkaar flansen.
“Waar komt al het kwaad vandaan, kan dat in Uw wil bestaan?” Je kent het misschien wel, tekst uit een mooi nummer van Sela. Het is een vraag die veel mensen bezighoudt. Ook christenen.
Nu wil ik niet pretenderen dat ik de waarheid in pacht heb, maar ik begrijp het niet dat er christenen zijn die die vraag durven te stellen.
Als je werkt, krijg je langzaam maar zeker een vast ritme in je leven. Zo doe ik op maandagavond standaard niets. Dinsdag is mijn wasavond. Wasjes draaien, ophangen, vorige was opvouwen etc. Dat moet eigenlijk op maandag, maar dan heb ik er geen zin in. Woensdagavond is voor al mijn digitale bezigheden: vrijwilligerswerk, mails bijwerken en evt. administratie. Ik heb de nare gewoonte om al die dagen te laat naar bed te gaan (lees: te lang van mooie boeken te genieten). Op donderdagavond ben ik dus uitgeteld en ga ik heel vroeg naar bed. Standaard.
Aanstaande zaterdag is een vriendin jarig, dus ik moest een cadeautje halen. Nu ben ik meestal redelijk niet-creatief met cadeautjes, maar je kunt niet altijd bij iedereen met twee waxinelichthoudertjes aankomen. Deze keer moest het een cadeaubon van de Wereldwinkel worden. Dan kan ze haar eigen zelfgevingerverfde waxinelichthoudertjes uitzoeken. Dus afgelopen dinsdag ging ik uit mijn werk snel naar de plaatselijke Wereldwinkel.
Vorig jaar zag ik ‘m voor het eerst. Vanuit mijn keukenraam, die zich in het schuine dak van mijn keuken bevindt, kun je ‘m zien staan. In de hoek van het dak groeide een klein boompje. Tere blaadjes ontvouwden zich. Ze ritselden zacht in de wind.
Intussen is het dakboompje een beetje groter geworden. Hij is ruim een meter hoog. Op aanraden van mijn vader heb ik het eens tegen de huurbaas gezegd. Het schijnt dat een boom op je dak niet zo goed voor het dak is. Nooit geweten. Dat soort dingen leer je niet op school.
Categorieën
Laatste reacties
Laatste column
-
Lees meer...
De sprei is een volksbreed onderschat fenomeen. Je denkt aanvankelijk, als je de sprei bij andere mensen ziet, wat heb je er aan? Maar als je je aan de sprei durft over te geven, zul je ontdekken hoeveel rijkdom erin gelegen is.
Poll
Sinterklaas, ik moet er niets van hebben
Dichtsmijter
-
Lees meer...
Ik sta voor de spiegel,
ik kijk,
en zou het liefst wegkijken.
