Natuurlijk ben ik het type journalist dat later het liefst burgeroorlogen en massaslachtingen in een één of ander ver exotisch land wil verslaan. Bang voor bloed ben ik niet, en ik kan mijn hoofd goed koel houden – ook als de kogels in regenstralen enkele meters naast mij op de grond komen. Toch heb ik het op de één of andere manier niet zo op de tandarts.
Daar staat ‘ie, achter een rijtje in- en uitcheckpaaltjes van de NS: een kleine, en stevige man. Hij heeft kleine stoppeltjes op zijn gebruinde voorhoofd. Z’n donkere ogen kijken je smekend aan. Of je een krantje bij hem wilt kopen. En dan krijg je voor die 1,90 euro ook nog eens alle goeds van de wereld toegewenst. Alsof de man een elektronische pop in een pretpark is, die na inworp van wat geld een dansje doet.
Doe een half uur niets. Reinier Sonneveld geeft die opdracht op pagina 18 van zijn boek Het goede leven, een boek met een plaatje van een rode lolly op de kaft. Ik heb het op 3 december van mijn moeder gekregen. Zij had mijn lootje voor sinterklaas getrokken. Doe een half uur niets. Opdrachten als deze geeft Reinier aan het begin van ieder hoofdstuk. ‘Ze zijn bedoeld als prikkelingen. Zie het als vrolijke experimenten. Je hebt niets te verliezen, dus waarom zou je niet eens een poging wagen?’, legt hij uit.
‘Wanneer komt de vloer?’, roep ik in paniek in de liftschacht. Ik sla met mijn handen heen- en weer. Warme, vochtig lucht blaast in mijn gezicht. In een fractie van een seconde moet ik voorover gevallen zijn. Nu doe ik al ruim drie minuten niets anders dan vallen. Wie weet is deze schacht eindeloos en komt de vloer nooit meer in zicht. Angst grijpt mij bij zijn keel en zweet gutst uit mijn poriën.
Een winkelstraat, dat moet de straat waaraan ik nu woon vroeger zijn geweest. Je kunt je er niet veel meer bij voorstellen: op een kapper, een stoffenhandel en een bloemenzaak na is alles naar een paar straten verderop verhuisd. Het nieuwe shopwalhalla. Alleen de twee cafés hebben, op een naamswijziging van de een na, de tand des tijds doorstaan. Daar kwam ik achter toen ik tijdens een middagje surfen op het web overladen werd met foto’s van het vroegere dorp. Ik verlies mijzelf nog weleens in dingen.
Dikke druppels zigzaggen over zijn rug. Hij is nog maar net begonnen, en de hitte heeft ‘m nu al te pakken. De tien kilometer die hij normaal in het uurtje loopt zal hij niet meer halen. Meer dan een uurtje per week heeft hij niet. Te druk. Het uurtje rennen is het enige moment in de week waarin hij even aan niets anders hoeft te denken. Maar z’n gedachten loslaten lukt hem niet vandaag. Al een tijdje niet meer. Ook de muziek uit zijn koptelefoon brengt hem niet tot rust.
Ik schijn op vreemde dingen af te knappen. Hoe een meisje eet bijvoorbeeld. Eet ze eens iets anders dan ze kent en eet ze ook nog alles op, dan zijn we voor elkaar bestemd. Maar lust ze niets en laat ze steevast haar halve bord staan, dan scheiden onze wegen per direct.
Kunnen we volgend jaar december nog knabbelen op kruidnoten, of moeten we het doen met een blik lang houdbare bonen? Dat hangt een beetje van de euro af. En eerlijk gezegd ben ik even kwijt hoe het daar op dit moment mee is. Een belangrijke vergadering, morgen. Daar schijnt haar lot van af te hangen. Ene Lord Wolfson verwacht niet dat ze er in Brussel uitkomen. Daarom heeft de topman van een Britse kledingketen een prijsvraag uitgeschreven. Als je de oplossing voor de eurocrisis weet, win je 286 duizend euro.
Tussen de druppels is het droog. Ga toch weg! Stomme regen! En dan is de herfst nog maar net begonnen. Ik heb helemaal geen zin in vandaag. Weer door de regen. Kan ik vandaag maar overslaan. Ik meen het. Ken je dat gevoel van ‘er gaat toch niks lukken vandaag.’ Nou? Dan weet je precies hoe ik me nu voel. Laat me met rust trouwens. Kom morgen maar terug.
Heer in de hemel,
U bent zo ontzaggelijk groot. Hoog in de hemelen troont U, genietend van wat U hebt geschapen: het heelal - met al zijn planeten, sterrenstelsels en melkwegen, de aarde - met al zijn diepe zeeën, groene vlaktes en kilometers hoge bergen, en de mens - met al zijn denken, al zijn liefde, haat en al zijn (eigen)wijsheid. Heer wat bent u creatief en machtig. En wat bent U zo niet te omschrijven goed voor mij. Ik kom niets te kort.
Categorieën
Laatste reacties
Laatste column
-
Lees meer...
De sprei is een volksbreed onderschat fenomeen. Je denkt aanvankelijk, als je de sprei bij andere mensen ziet, wat heb je er aan? Maar als je je aan de sprei durft over te geven, zul je ontdekken hoeveel rijkdom erin gelegen is.
Poll
Sinterklaas, ik moet er niets van hebben
Dichtsmijter
-
Lees meer...
Ik sta voor de spiegel,
ik kijk,
en zou het liefst wegkijken.
