Zondeval

Natuurlijk, we weten allemaal wat ze zeggen over die zondeval. Staat in de Bijbel. Iets met een paradijs, Adam, Eva, een slang, een boom van goed en kwaad en een appel. Die appel zal wel van Adam zijn geweest, aangezien men spreekt over Adams appel.

(Over Adams kiwi is - triest genoeg - aanmerkelijk minder bekend.) De vrouw (Eva) gaf de appel aan Adam, en daarmee is alle ellende begonnen. De conclusie die we uit het verhaal van de zondeval kunnen trekken, is dan ook dat alle rottigheid in de wereld ten diepste wordt veroorzaakt door 'de vrouw'.

Dat kan ik warm beamen, maar daar gaat het vandaag even niet om.

Het gaat mij om de gevolgen van de zondeval. Die moet u met name in de huiselijke sfeer zoeken. Ik zal u die gevolgen eens uit de spreekwoordelijke doeken doen. Niet uit de echte doeken natuurlijk, want ‘gevolgen’ kun je namelijk niet ‘uit de doeken doen’.

Een eerste gevolg van de zondeval is afwassen. Afwassen is zelfs een belángrijk gevolg van die irritante zondeval. Heb je net een hele avond je leven gegeven om een vaat van twee weken af te wassen, heb je na twee avondjes alweer een bak vol vieze vaat. Een bekertje hier, een kommetje daar, een bord in de vensterbank, een lepel in de wasbak – overal waar je kijkt, doemt het ene stuk vieze vaat na het andere op. Alsof ze zichzelf voortplanten.

Wat ook typisch een gevolg van de zondeval is: koken. Elke dag weer dat lichaam voorzien van voedsel. Vooral voor huisvrouwen lijkt mij dit schrijnend; sta je een uur lang te zwoegen op een heerlijke maaltijd, schranst je echtgenoot/kind/hond het in tien minuten weg, nota bene zonder een compliment uit die volle mond te persen. Oké, het zijn vrouwen, dus met het oog op de zondeval is deze hele misère hun eigen schuld - maar toch. En na het koken word je weer genadeloos geconfronteerd met het eerste gevolg van de zondeval: afwassen. De zondeval manifesteert zich dus in een vicieuze cirkel.

‘Dankzij’ die zondeval lijden we nu dus dagelijks onder zaken die nooit ‘af’ zijn. Dat je glimmend van trots tegen je kind kunt zeggen: ‘Zoon, op mijn twintigste had ik al mijn kleren gewassen.’ Of: ‘Op 14 juni 2007 was ik klaar met de vaat.’ Zo’n vreugdevolle mijlpaal zal geen mens ooit bereiken. Zonde.

 

Reacties 

 
#1 Henk Vrijhof 07-04-2012 09:05
Ik vind dit een originele beschouwing over de gevolgen van de zondeval. Het lijkt zo weinig met elkaar te maken te hebben. Iets 'groots' en dramatisch als de zondeval tegenover zo iets 'kleins' en gewoons als koken en afwassen. Maar ik zie het verband ook zo.
Momenteel ben ik behoorlijk depressief en lijd ik ook onder dit soort constateringen, die je dus constant tegenkomt. Blijkbaar heeft depressiviteit te maken met (onvervuld) verlangen naar overvloed van leven. Ik weet van en geloof in het verzoenende werk van Christus, waar we nu met Pasen als christenen in het bijzonder bij stilstaan. En van zijn boodschap dat Hij het brood van het leven is en gekomen is om leven in overvloed te brengen. Alleen lukt het me dit niet om me dit van binnen eigen te maken.
Op een andere site lees ik dat het niet aan ons is om de straf voor zonde te bepalen. Dat dit alleen aan God gegeven is. Maar toch vind ik het een hard gelag dat ik (en zo velen met mij) moet lijden onder de daden van de eerste mensen. Tegelijkertijd besef ik dat de kans zeer groot zou zijn geweest dat ik in die omstandigheden en met de kennis van Adam en Eva (zij wisten niet van goed en kwaad) hetzelfde zou hebben gedaan.
Citeer
 

Plaats reactie


Om spam tegen te gaan, verzoeken we je om onderstaande tekst over te typen voordat je je reactie verstuurt. Beveiligingscode
Vernieuwen

Inloggen hidden