Juist toen eenzaamheid in duistere woorden van
listig schaduw stiekem werd geschreven in
de kelder van mijn hart
brak de zon betoverend door.
Baanbrekend brak zij boze ballast
schaduwen verjagend mij verbijsterend
haast beangstigend maar niet verblindend
waardoor zicht brengend licht zendend naar
daar waar wonden moesten helen.
Sprakeloos
Oh God, mijn God
Vage vragen verdwenen
onbeantwoord doch tevreden
terwijl ik droogde en ontkreukte
in de zoete zomerzon.
Felle ogen, niet de mijne, keken mij aan
verdwenen en verschenen
want als een boomblad in de herfst
viel ik omhoog
een blauwe hemel in.
Geert Riezebosch
