Misschien komt het doordat ik in een dorp ben opgegroeid, maar zet mij in een trein naar een “grote” stad en ik val van de ene in de andere verbazing, helemaal als ik in de spits reis. Ik verwonder me er sowieso steeds weer over dat er toch wel zo’n achttien mensen in het tussenstuk van een treincoupé gepropt kunnen worden en ik ben ook elke keer weer blij verrast dat iedereen min of meer ongeschonden de trein weer verlaat. Weet je waar ik al met al echter het meest van op kijk? Dat mensen eigenlijk heel raar zijn.
Een nieuwe broek, burenruzies, huisdieren, lievelingseten... In deze categorie staan verhalen uit het dagelijks leven.
Sinds dit seizoen ben ik leidster van een van de meisjesclubs in onze kerk. 11 sprankelende meiden van een jaar of 9 verdragen elke dinsdagavond mijn gezelschap. Ik probeer ze samen met mijn medeleidsters te onderwijzen ‘in de Schriften’ en laat ze daarna in recordtempo allerlei frutselwerkjes in elkaar flansen.
Zo één keer per jaar vind ik het heel jammer dat ik volwassen ben. Of althans, aan het worden ben. Nou ja, wat ik eigenlijk bedoel: dat ik in elk geval geen kind meer ben. Tenminste, van binnen misschien nog wel een beetje maar niet meer van buiten. Zo, dat punt is duidelijk hoop ik:). Wat ik maar wil zeggen, is dat het kind-zijn zeker grote voordelen heeft. Zo kan je elk jaar een keer in december je schoen zetten met een wortel of wat hooi erin en er verzekerd van zijn dat er de volgende ochtend wat in zit.
Soms hoor je een liedje voor de ziljoenste keer en juist die keer hoor je opeens wat er gezongen wordt. Dat kan gebeuren als je met een vroom gezicht in de kerk zit en uit alle macht probeert je te concentreren op de inhoud van een psalm in plaats van op de soms onmogelijke melodieën – dit kan overigens ook aan mijn zangkwaliteiten te wijten zijn – maar het kan net zo goed gebeuren als je in de supermarkt een Sinterklaasliedje hoort.
Kan je het je nog herinneren? Ga eens 10 jaar terug in je gedachten. Weer even een klein kind zijn. Je leefde in een kleine wereld die toch zo ontzettend groot was. Er waren ontelbaar veel dingen niet te begrijpen. Kruispunten nog zo onoverzichtelijk, sloten breed en geheimzinnig diep. Gelukkig hoefde je alles ook niet te begrijpen. Papa en mama waren er immers, die wisten altijd wat er moest gebeuren en wat het beste was. Grote mensen, ja, die wisten hoe de wereld in elkaar zat.
Je zult maar dominee zijn: de ene dag wordt er aan je betaalde studieverlof gemorreld, de volgende dag wordt een collega beschuldigd van het oproepen tot kindermishandeling en daarnaast loopt ook nog eens de discussie over of dominees wel of niet op Twitter actief zouden moeten zijn. Misschien ligt het aan mijn krant, maar dominees lijken goed vertegenwoordigd te zijn in het nieuws. Nouja, “goed”?
Lezen: 1 Thessalonicenzen 5 : 17
Die Paulus is ook een mooie. Lekker, zo'n antwoord: dankt onder alles. Beetje altijd blijven
danken als alles mee zit, hallo? Hoe serieus ga ik dat nemen? Nou ja, als het aan Paulus ligt heel erg serieus. Want danken is niet iets van het evangelische happy clappy sfeertje maar danken is iets heel Bijbels. Het Oude Testament staat namelijk bol van de voorbeelden. Dus nee, niet voor niks is het een hot item .
Dank u Here Jezus
Dank U voor deze nieuwe morgen lalala, je kent het Opwekking nummer misschien wel. Of danken voor het eten als je gegeten hebt, danken wanneer het goed gaat, danken wanneer je veilig bent of gezond als je in je omgeving met onveiligheid of ziekte wordt geconfronteerd. Danken is niet vaak in, klagen is hip en zeuren doen we maar al te graag. En is het ook niet een beetje tegenstrijdig om te gaan bedanken als er niet veel is om vrolijk van te worden? Eh God? Bent U wel bereikbaar?
Het zou maar een opmerking kunnen zijn van iemand die verslaafd is aan roken. ‘Vandaag begin ik echt!’ Ja, met stoppen te roken. Geen slecht idee, maar vaak ontzettend moeilijk vol te houden. Afgezien van het feit dat roken een verslaving is, is het opsteken van een sigaretje vaak ook een gewoonte. Het verschil zit ‘m in het feit dat een verslaving voornamelijk lichamelijk is: je lichaam kan niet zonder de nicotine. Een gewoonte zit echter in je hoofd. En ook dat is moeilijk te veranderen.
Weg met de zomer! roept mijn moeder als we samen twee kartonnen dozen doorspitten.
Vol winterkleren. Want ja, ik ben maar een arme student dus echt up to date winkelen is er niet bij (al zou ik het wel willen). We pakken uit, houden stukken omhoog. Ik trek gekke gezichten bij een gebreid (maar warm) bruin vest. 'Deze hou ik', zeg ik, 'lekker warm voor als die strenge winter er wel komt'. Een groen jurkje, een sjaal, massa's bruin en rood (want ik kies de kleuren die het beste bij mijn haren passen) en een jurkje die ik maar kocht omdat ik geen nee durfde te zeggen tegen de verkoopster. Negentig euro, scoort hoog voor mijn meest duurste- aankoop-ever-top 3.
Bam! De celdeur slaat achter je dicht. Je struikelt een klein vertrek binnen, nog net kan je het bed ontwijken. Veel meer staat er trouwens ook niet. De schaarse meubelstukken vrolijken het kamertje niet echt op. Je draait je om en rammelt flink aan de deurklink. Nee, dicht. Nog eens probeer je de deur open te draaien. Maar nee, hij zit potdicht. Dus dit is gevangen zijn. Alleen, eenzaam in een cel. Het kleine raam is het enige, schamele contact met de buitenwereld.
Categorieën
Laatste reacties
Laatste column
-
Lees meer...
De sprei is een volksbreed onderschat fenomeen. Je denkt aanvankelijk, als je de sprei bij andere mensen ziet, wat heb je er aan? Maar als je je aan de sprei durft over te geven, zul je ontdekken hoeveel rijkdom erin gelegen is.
Poll
Sinterklaas, ik moet er niets van hebben
Dichtsmijter
-
Lees meer...
Ik sta voor de spiegel,
ik kijk,
en zou het liefst wegkijken.
