Natuurlijk ben ik het type journalist dat later het liefst burgeroorlogen en massaslachtingen in een één of ander ver exotisch land wil verslaan. Bang voor bloed ben ik niet, en ik kan mijn hoofd goed koel houden – ook als de kogels in regenstralen enkele meters naast mij op de grond komen. Toch heb ik het op de één of andere manier niet zo op de tandarts.
Ik las laatst een stukje van een man die zijn naam liet veranderen. De beste man was architect van beroep en had de mooie achternaam Rothuizen. Geen wonder dat hij er een lettertje bij liet zetten: Rotshuizen. ‘What’s in a name?’ liet Shakespeare Juliet verzuchten. Nou, blijkbaar toch best veel. Je hebt mensen met werkelijk verschrikkelijke ouders.
Sinds dit seizoen ben ik leidster van een van de meisjesclubs in onze kerk. 11 sprankelende meiden van een jaar of 9 verdragen elke dinsdagavond mijn gezelschap. Ik probeer ze samen met mijn medeleidsters te onderwijzen ‘in de Schriften’ en laat ze daarna in recordtempo allerlei frutselwerkjes in elkaar flansen.
Aanstaande zaterdag is een vriendin jarig, dus ik moest een cadeautje halen. Nu ben ik meestal redelijk niet-creatief met cadeautjes, maar je kunt niet altijd bij iedereen met twee waxinelichthoudertjes aankomen. Deze keer moest het een cadeaubon van de Wereldwinkel worden. Dan kan ze haar eigen zelfgevingerverfde waxinelichthoudertjes uitzoeken. Dus afgelopen dinsdag ging ik uit mijn werk snel naar de plaatselijke Wereldwinkel.
Als de monden volgestouwd zijn met het lekkerste voedsel en we ons prakje uitgezwaaid hebben op de grote reis ‘to middle earth’, tovert de ‘heiligste’ uit de familie ineens een bijbeltje tevoorschijn. ‘O ja, we moeten nog lezen..’ zeurt het jongste broertje. Hij is nog niet helemaal geïntegreerd in de gewoonte, dat moeten we hem maar vergeven.
Ineens had ik een helder moment. Na jaren in het ongewisse te zijn geweest, weet ik nu waarom de gelijkenis uit de bijbel over een herder gaat die zoekt naar zijn verloren schaap en niet over een tiener die opzoek is naar een verloren fietssleuteltje. Die laatste kan immers niet zoeken.
Je kent vast wel die grappen over Petrus aan de hemelpoort of combinaties van moslims/christenen/atheïsten die allerlei hilarische dingen tegen elkaar zeggen. Ja, grappen over de hemel zijn er genoeg! Je kunt je afvragen of ze soms niet te ver gaan, hoewel dat mij betreft iedereen voor zichzelf moet uitmaken. Mensen houden van grappen en lol maken. Maar hoe zou dat zijn met God? Wat voor humor heeft God eigenlijk?
De wekker gaat af. Ik stap uit mijn bed en terwijl ik nog half in slaap naar de deur stroffel werp ik een achteloze blik in de spiegel. Meteen ben ik klaarwakker. Het is weer zo ver.... ik ben ziek. En niet zomaar ziek, maar all the way ziek. Het gezwollen-amandelen-rode-neus-can't-hear-can't-smell-can't-speak-ziek zijn. De meest verachtelijke van zijn soort.
Wat ik wél en jullie nog niet weten, is hoe het hoofdverhaal van de X[ist] in Christ, die morgen bij jullie op de deurmat valt, eruit ziet. Om een tipje van de sluier te lichten: het verhaal begint met een gedicht dat ik een aantal jaar geleden heb ingezonden voor een lokale 4 en 5 mei gedichtenwedstrijd. Het gedicht had ik in een uurtje op school in elkaar gezet - dus verwacht dat ik derde zou worden, had ik niet.
Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat wij bar slechts zijn in het beveiligen van onze laptops en mobiele telefoons. Keer op keer wanneer ik dit soort nieuws lees – want dit is niet de eerste keer dat ik geconfronteerd wordt met hoe slecht ik mijn elektronica beveilig - hoor ik een stemmetje in mijn hoofd dat zegt: ‘ik zou hier echt iets aan moeten doen’.
Categorieën
Laatste reacties
Laatste column
-
Lees meer...
De sprei is een volksbreed onderschat fenomeen. Je denkt aanvankelijk, als je de sprei bij andere mensen ziet, wat heb je er aan? Maar als je je aan de sprei durft over te geven, zul je ontdekken hoeveel rijkdom erin gelegen is.
Poll
Sinterklaas, ik moet er niets van hebben
Dichtsmijter
-
Lees meer...
Ik sta voor de spiegel,
ik kijk,
en zou het liefst wegkijken.
